‘Laat de universiteit vrij’

Grahame Lock over hervorming van het hoger onderwijs
Bron: De Groene Amsterdammer, 21-04-2010

Onderwijsmanagers prezen vorige week de plannen voor het hoger onderwijs van de commissie-Veerman. Filosoof Grahame Lock heeft zijn bedenkingen. ‘De oude universiteit wordt zo begraven.’

Rutger van der Hoeven

Het is een opmerkelijke prestatie in polderland: een politiek plan over een heikel onderwerp krijgt vrijwel unanieme lof, vooral uit het veld waar de plannen moeten gaan ingrijpen. De commissie-Veerman kreeg dat vorige week voor elkaar met een reeks aanbevelingen voor het hoger onderwijs.
De commissie-Veerman, die bestaat uit de cda-prominent met die naam en enkele zwaargewichten uit universiteitsbesturen, wil onder meer dat er meer geld naar hoger onderwijs gaat, dat hbo’s dezelfde titels mogen verlenen als universiteiten en dat de financiering per afgestudeerde student wordt afgeschaft. Steun kwam onder meer van de HBO-Raad, van bonden voor onderwijs en studenten en van Sijbolt Noorda, voorzitter van de vereniging van universiteiten vsnu, die meende dat het rapport de eerste ‘samenhangende visie op het hoger onderwijs in tien jaar’ leverde.
Filosoof Grahame Lock is door de aanbevelingen van het rapport en alle lof niet in het minst verbaasd. Het past volgens hem in een keurslijf waarin het hoger onderwijs al langer gegijzeld zit. De hoogleraar aan Oxford, Leiden en Nijmegen groeide de afgelopen jaren uit tot een voorname vertolker van academische kritiek op het onderwijsbeleid. En hij niet alleen. Maar toch waren academici opvallend afwezig, in de reacties op het rapport-Veerman. Hoog tijd dus om een wetenschapper te vragen over de onderwijsplannen van Veerman.

Wat vindt u van de plannen?
‘Het is enigszins flauw om mee te beginnen’, zegt Lock vanuit Oxford, ‘maar voor we over dit rapport gaan praten moeten we eerst de context aankaarten waarin het rapport is geproduceerd. Het is aangevraagd door minister Plasterk, die zoals elke minister graag meer geld wil voor zijn departement. Hoe bereik je dat? Bijvoorbeeld door een rapport te vragen aan een groep bekende voorstanders van meer overheidsinvesteringen in hoger onderwijs.
Dat is in dit geval gebeurd. De Amerikaan in het gezelschap, de voorzitter van de vereniging van Amerikaanse universiteiten, draagt die overtuiging al jaren uit. En dat geldt ook voor andere commissieleden. De commissie komt dan ook weinig verrassend tot de conclusie dat er meer geld naar onderwijs moet. We moeten in de gaten houden: dit is een politiek rapport met adviezen voor beleid, geen academische exercitie.’
En de inhoud?
‘Om daarover te spreken, moeten we eerst nóg een stap terug maken. Het rapport-Veerman ontbeert een centrale visie. Dat is niet omdat er geen centrale visie is, maar omdat zo’n visie controversieel is en de auteurs haar dus liever niet expliciet benoemen, neem ik aan. De afzonderlijke aanbevelingen zijn elk gebaseerd op bekende concepten als concurrentie tussen universiteiten, aansluiting op de arbeidsmarkt, toponderwijs, globalisering, kennismaatschappij, enzovoort. Nergens staat uitdrukkelijk de essentie van deze uitgangspunten: namelijk dat het de meest banale concepten zijn van de neoliberale visie op onderwijs.
De auteurs hebben hun rapport zo opgesteld dat er geen discussie is gevoerd over die centrale visie. Het rapport verleidt mensen om te reageren op afzonderlijke punten en dat is ook gebeurd. Dat de auteurs discussie hebben vermeden over de visie is zonder meer knap. Ik bedoel dat niet ironisch, dat is echt een knappe prestatie. In Groot-Brittannië richt beleid met dezelfde richting op dit moment een slachting aan in de wetenschap. Maar dat is veel minder intelligent gedaan. Je moet respect hebben voor het werk van deze commissie.’
Zijn de plannen niet belangrijker dan de visie erachter?
‘Nee, want als mensen het raamwerk van het rapport missen, gaan zij de begrippen die erin staan invullen op hun eigen manier. Maar veel begrippen die erin staan, betekenen iets anders dan wat veel wetenschappers eronder verstaan. Neem “selectie aan de poort”, dat volgens de commissie-Veerman mogelijk moet worden. Veel reacties steunen dit idee, zodat “goede studenten voorrang krijgen” en we een soort Oxford en Cambridge kunnen maken. Maar mensen realiseren zich kennelijk niet dat het idee van selectie en van wat een “goede student” is in de visie van Veerman cum suis volledig verschilt van de praktijk in Oxford en Cambridge. Deze universiteiten selecteren op intellectuele kwaliteit. Let op! Niet alleen bij filosofie, ook bij natuurkunde, economie of rechten staan intellectuele kwaliteit en nieuwsgierigheid voorop.
De neoliberale visie, die vorm krijgt in het rapport-Veerman, gaat juist uit van een industrieel idee van efficiënte productie voor de arbeidsmarkt. Het doel is zo veel mogelijk producten van een bepaalde minimum-kwaliteit te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Zoals bij elk industrieel proces wordt de juiste grondstof gekozen die past bij het vereiste eindproduct. In dit geval zijn dat studenten die snel leren en binnen een vereiste tijd alle vakken hebben gehaald met een minimum-cijfer – zonder onnodige en daarom verkwistende zijpaden zoals vakken die men voor het plezier of nieuwsgierigheid volgt.
Wie het jargon van het nieuwe public management kent, ziet overal dit soort begrippen die efficiëntie benadrukken in plaats van echte kwaliteit. “De uitval is hoog”, waarschuwt het rapport vaak. Dit is een probleem, want door uitval wordt productiecapaciteit inefficiënt ingezet. Wat ook vaak terugkeert: “Talent wordt onvoldoende benut.” Let op dat woord: benut. Kennis is volgens deze visie enkel nuttig als het leidt tot een diploma, dat weer leidt tot een baan. Uitval is inefficiënt, want het kost geld. Het leren van Sanskriet naast de studie natuurkunde, zoals Robert Oppenheimer, is inefficiënt. Of het iemand voor zijn leven lang verrijkt is niet relevant.
Het staat nergens expliciet in het rapport, maar dit alles is ten diepste vijandig aan het idee waarop de universiteit gebouwd is: dat kennis en verdieping nuttig zijn op zich en dat ideeën intrinsiek waardevol zijn. Het hele idee dat één, twee jaar onvoltooide opleiding nutteloos is en weggegooid geld, zou dertig, veertig jaar geleden onbegrijpelijk zijn gevonden in de universitaire wereld.’

In de universitaire wereld zijn veel reacties nou juist vaak positief omdat de plannen een stap terug lijken naar die oude universiteit, bijvoorbeeld door de nieuwe financiering en de plannen om kleine opleidingen te steunen.
‘Dat past volledig in het patroon van 25 jaar onderwijsplannen in Nederland. Er wordt heel hard bezuinigd en iedereen vreest het ergste. Dan staat er iemand op die zegt: “Nee, dit is te veel, er moet iets van al dat ingehouden geld terug”, en iedereen staat te juichen. Maar dit is absoluut geen stap richting oude universiteit. Wie het rapport leest, ziet dat de opstellers zich hebben gerealiseerd dat de neoliberale inrichting van de universiteit te grof is gebeurd. Het plan is werkelijk goed doordacht: het is een verfijning van 25 jaar aan botte pogingen om de universiteit te vernietigen als intellectuele vrijplaats voor wetenschapsbeoefening en het te vervangen door een leer- en onderzoeksfabriek.
Het steunen van kleine opleidingen is niet gedaan vanuit de gedachte dat de studie van Sanskriet intrinsiek waardevol is, maar vanuit het idee van diversificatie, van vermeende efficiency, van marketing. Universiteiten moeten een merk opbouwen en concurreren met andere. Dat vereist dat zij zich, bijvoorbeeld met kleine opleidingen, gaan “profileren” – nog zo’n steeds terugkerend begrip uit het rapport.
De oude universiteit wordt op deze wijze niet teruggebracht, maar begraven. Academici die zich laten verleiden door leuzen als “investeren in kwaliteit” of “goede studenten de ruimte geven”, denken aan de tijd nemen met kleine groepen gemotiveerde studenten of wijdlopend onderzoek. Ze begrijpen niet dat de begrippen in dit rapport kwantitatief zijn, bedoeld om cijfers te produceren die door managers kunnen worden gecontroleerd. “Investeren in kwaliteit” betekent dat een bepaald aantal mensen promoveert of een studie publiceert, “goede studenten” betekent dat een afgesproken aantal studenten met een bepaald cijfergemiddelde snel afstudeert.
De afschaffing van financiering per student is niet gedaan vanuit liefde voor de academie, maar omdat de opstellers van dit rapport terecht concludeerden dat deze financiële prikkel leidde tot tegenproductieve effecten en suboptimale kwaliteit van het eindproduct. Het doet denken aan de Sovjet-Unie. Managers leverden daar enorme aantallen bar slechte stoelen af, als er aantallen werden gevraagd. Was de eis een bepaald tonnage, dan werden de stoelen loodzwaar. Mensen met kennis van zaken het vertrouwen geven dat zij zichzelf konden reguleren en motiveren is aan het sovjet-idee vijandig. Overigens een van de redenen waarom de Sovjet-Unie niet meer bestaat.’
Hoe moet het wel?
‘De beste regulering is naar mijn idee geen regulering. Dat is uiteraard te simpel. Maar neem Oxford en Cambridge: daar zijn de administratieve eisen aan individuen relatief licht en doen de instellingen het heel goed. Die universiteiten leveren een constante stroom fantastisch onderzoek af.’
Dat geldt voor Oxford: als academici op een matige universiteit vrij worden gelaten, komt daar niet opeens een stroom topkwaliteit vandaan.
‘Nee, het ligt eraan dat Oxford zijn eigen geld heeft. Daardoor is de staf vrij, en dat is de basis van wetenschapsbeoefening. Nu wordt de academie echter ingericht om zo’n groot mogelijke conformiteit te krijgen. Promoveren betekent nu: deelnemen aan een onderzoek dat door de leidende figuren in het veld is opgesteld en goedgekeurd, met vaak de conclusies al vastgelegd in de onderzoeksaanvraag. Onderzoek betekent: jezelf conformeren aan de standaard van het nwo. Het hele basisidee van promoveren en onderzoek – vrij denken en de leidende ideeën en figuren uitdagen of aanvallen – verdwijnt daardoor.
Onderwijs is precies zo. Volgens het rapport-Veerman moeten alle opleidingen een onderwijsconcept maken en vervolgens aantonen dat dit concept voldoende onderscheidend is en dat hun studenten daarop aansluiten. Dit is je reinste waanzin! Mijn onderwijsconcept is dat ik de collegezaal in loop en daar spreek over filosofie. Iedere manier om dat meetbaar en managebaar te maken, is enkel het creëren van een onkundige bureaucratie die boven de academie komt te hangen. Maar dat is een bekend probleem.’
Hoe haalbaar acht u de terugkeer naar die inrichting van de universiteit?
‘De kans daarop schat ik de komende decennia ongeveer op nul. Want de beslissingen hierover liggen niet bij wetenschappers maar bij mensen met politieke macht. Op het ministerie van Onderwijs en in de managerslagen boven de academie denkt iedereen over onderwijs zoals de leden van de commissie-Veerman. En Nederland moet ook die richting op, want die is vastgelegd in het Bologna-proces (het standaardiseren van hoger onderwijs in inmiddels 47 landen, om uitwisseling mogelijk te maken – red). De minister heeft weinig manoeuvreerruimte. Een adviescommissie had daarom ook niets anders kunnen schrijven. Niets anders is acceptabel.’

foto: Erik van ‘t Hullenaar

=============

Meer van Grahame Lock:
De stelling van Grahame Lock: De meeste mensen kunnen ook toe met minder weten. NRC, 23-2-2008. (pdf of nrc.nl)

1,161 thoughts on “‘Laat de universiteit vrij’

  1. Pingback: Wat speelt er in de wereld? [1] | OurMindState.nl

Comments are closed.